Aantal kleuters dat niet slaagt op taalscreening stijgt: “Met meten alleen komen we er niet”

Bijna 1 op 6 vijfjarige kleuters spreekt te weinig Nederlands om te kunnen functioneren in het eerste leerjaar. Dat blijkt uit de steekproef van de vierde afname van de KOALA-taalscreening. “Door massamigratie stijgt het aantal kleuters met taalachterstand”, reageert Vlaams Parlementslid Roosmarijn Beckers (Vlaams Belang). “We moeten de KOALA-screening uitbreiden met een opvolgtest en voorkomen dat kinderen zonder voldoende kennis van het Nederlands alsnog doorstromen naar het eerste leerjaar”.
Uit de KOALA-screenings van najaar 2024 blijkt dat 15,5 procent van de kleuters onvoldoende Nederlands spreekt voor het eerste leerjaar. 11,1 procent behaalde een oranje score (extra taalondersteuning nodig) en 4,4 procent een rode score (intensieve begeleiding vereist). Het aantal kinderen met een voldoende niveau is met 1,1 procentpunt gedaald ten opzichte van vorig schooljaar. Vlaams Parlementslid Roosmarijn Beckers is niet verrast. “Het stijgend aantal kleuters met een taalachterstand is logisch door de aanhoudende massamigratie. Het aandeel anderstalige kinderen in het kleuteronderwijs zit nu al aan 28,6 procent.”
Beckers wijst op tekortkomingen in de screening. “KOALA is slechts een startpunt, de kleuterleiders gaan met de leerlingen met tekorten aan de slag in een passend taalremediërend traject. Probleem is dat er op Vlaams niveau geen opvolgtest is om de evolutie van leerlingen te onderzoeken. De klassenraad beslist of een kind met tekorten mag doorstromen naar het eerste leerjaar, maar ouders kunnen dat advies negeren. We weten bovendien weinig over de kwaliteit van de taalremediëring.” Ze hekelt dat minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) enkel het screeningsinstrument wil verfijnen zonder de systematiek aan te passen.
Het Vlaams Belang wil de huidige KOALA-screening dan ook omvormen tot een echt taaltestsysteem met een resultaatsverbintenis dat de garantie biedt dat kleuters het Nederlands voldoende beheersen voor ze in het lager onderwijs kunnen instromen. “Zonder een echte taaltest met resultaatsverbintenis blijft KOALA een lege doos. De taalscreening van de herfst moet dus opgevolgd worden door een opvolgtest in de maand mei. Op die manier kunnen we schoolteams met die resultaten ook meer duidelijkheid bieden over de kwaliteit van hun taalremediëring”, legt Beckers uit.
“Zonder een echte taaltest met resultaatsverbintenis blijft KOALA een lege doos”
“Kinderen die ondanks het taalremediërend traject dan nog altijd ondermaats scoren zouden niet zomaar naar het eerste leerjaar mogen gaan. De klassenraad moet dan binnen haar autonomie beslissen om zo’n kind ofwel nog een jaar in het derde kleuter te houden ofwel om het naar de taalbadklas van het eerste leerjaar te sturen”, vervolgt het Vlaams Parlementslid. “Daartoe is het ook nodig dat we in dat lager onderwijs een systeem opzetten van structurele aparte taalbadklassen voor die leerlingendoelgroep en voor later zij-instromende anderstaligen, hetgeen wij Conscience-klassen noemen.”
Verder kunnen volgens Beckers schoolteams met de data die KOALA oplevert veel meer doen dan nu het geval is. “Er is veel ruimte voor verbetering. We moeten investeren in meer en betere professionalisering van onze kleuterleiders, zeker als het gaat om taalontwikkelend en kennisrijk lesgeven, maar ook in kleinere kleuterklassen door meer handen in de klas te krijgen. Ik denk bv. aan snellere kwalificatiemogelijkheden voor kinderverzorgers die zich willen omscholen tot kleuterleider.” Tot slot benadrukt Beckers dat taal niet stopt aan de schoolpoort. “Ouders moeten sterker geresponsabiliseerd worden. Veel allochtone ouders zijn nauwelijks bereikbaar voor scholen. De schoolbonus afnemen van nalatige ouders is onvoldoende, dat gaat slechts over enkele tientallen euro’s. Er is een grotere stok achter de deur nodig om integratie af te dwingen.”