|
Interview met Frank Thevissen
Karel Anthierens, Siegfried Bracke, Bert Cornelis, Jos De Man, Jef Lambrecht, Kim Duchateau, Guido Naets, Jan Neckers, Johan Sanctorum, Wim Schamp, Frank Thevissen, Jef Turf, Luc Van Braekel, Roger Van Houtte en Filip Van Laenen. Een stoet bekende namen uit het Vlaamse medialandschap waagden zich onder redactie van Frank Thevissen en Johan Sanctorum aan een kritische doorlichting van de pers. Het werd een vuistdik boek dat een onthullende blik werpt op het reilen en zeilen van de media. Wij hadden een uitgebreid gesprek met professor Frank Thevissen.
Jullie boek ‘Media en Journalistiek in Vlaanderen’ heeft een mooie ‘cover’, een opvallend Marlboro-jasje en de uitdagende boodschap “Media kunnen uw gezondheid ernstig schaden”. Is dat meer dan een provocatieve ‘teaser’?
Het is om te beginnen zeker provocatief bedoeld. We wisten dat we iets moesten doen om het boek in de picture te kunnen zetten. Maar er staat ook “kunnen”. We worden door de media heel bewust gemaakt over een aantal thema’s van fijn stof tot dioxines, voedselvergiftiging, opwarming van de aarde,… maar bij nieuwsconsumptie zelf staan wij eigenlijk nooit stil, we groeien daar mee op, we lezen kranten, kijken naar het nieuws, surfen. De krant komt binnen en we nemen dat aan als een objectief gegeven. En dat is eigenlijk de rechtstreekse reden. Het boek was net gedrukt toen Tom Naegels naar aanleiding van een artikel in één van die roddelbladen schreef: als we op die manier over de schreef blijven gaan, is het misschien wel aangewezen dat de we de pers voorzien van een waarschuwingslabel zoals bij sigaretten. Maar toen was het boek al gedrukt.
Mediakritiek is nieuw in Vlaanderen, of toch vrij nieuw?
Het is nieuw en niet nieuw. Het is nieuw in die zin dat het zelden op enig niveau wordt gevoerd. We hebben het nogal moeilijk met mediakritiek, zeker in Vlaanderen. Het is ook geen wetenschappelijke discipline. Het is weinig ontwikkeld. Er wordt wel veel aan mediakritiek gedaan, maar media en mediakritiek is twee. Ik stel vast dat mediakritiek vaak wordt gevoerd en gevoed vanuit de media zelf. Het zijn heel vaak journalisten en mediakritiek is dan vaak heel defensief, op een redelijk laag niveau. De kritiek wordt ook vaak gevoerd in de concurrentiestrijd binnen de media. Die concurrentie is bikkelhard. De laatste maanden kan je een hele reeks van voorvallen opnoemen en vaak is dat terug te leiden tot de concurrentiestrijd….
Tussen zogenaamde ‘tabloids’ en ‘kwaliteitsbladen’…
Ja, maar ook binnen uitgeverijen en tussen kwaliteitsbladen. Ik herinner mij het verhaal van Knack en de vermeende liefdesmails van Frank Vanhecke en Marie-Rose Morel, waarop Peter Vandermeersch in De Standaard schrijft: ‘Knack wordt een boekske’. Als ik dat vergelijk met mediakritiek in het buitenland. Daar gaat men op een ongedwongen manier om met mediakritiek. Daar beseft men dat media danig aan het transformeren zijn. Daar wordt mediakritiek au serieux genomen en heeft men ook geen moeite als mediakritiek wordt geuit. Hier is dat vaak problematisch. Neem nu dit boek. Dan zegt men al vlug: ‘dat is verzuurd’. Tja, blijkbaar mag je geen kritiek meer geven. Dat is natuurlijk niet verstandig. Er zijn toonaangevende bedrijven die mensen betalen net om kritiek te geven, omdat dit een garantie is op verbetermanagement. Maar men gaat in Vlaanderen heel krampachtig en met lange tenen om met mediakritiek in de brede betekenis van het woord.
Een citaat dat mij is opgevallen in het boek, komt van Siegfried Bracke: “Het gemopper en gezeur is misplaatst en fout. Oplossingen zoeken voor problemen die er niet zijn, is even fout als problemen pas oplossen als ze zich stellen.” Dat lijkt een beetje op PS-burgemeester Philippe Moureaux die volhoudt dat er in Molenbeek geen probleem is… Want als er geen probleem was, dan hadden jullie dit boek niet hoeven te schrijven.
Dat is één punt. Maar die boodschap is al even provocatief als de kaft die de verschillende bijdragen bundelt. Wij vonden het belangrijk dat iemand vanuit het insiderperspectief een ander geluid zou laten horen. Dat is een opmerking die we vaak gekregen hebben: ‘maar jullie spreken elkaar toch tegen’. Ja, natuurlijk. Wij nemen de lezer ook ernstig. We zeggen eigenlijk: trek zélf uw conclusies. Als je het eens bent met Siegfried Bracke die zijn visie ontwikkelt en provocatief besluit met “er is niks aan de hand”, dan is dat zo. Wij moeten dat niet doen. Vandaar die diversiteit van opinies. Siegfried Bracke heeft zijn plaats in dit boek, al ben ik het er helemaal niet mee eens en dat heb ik ook gezegd. Die boodschap “er is niks aan de hand, het is nooit zo goed geweest” doet mij een beetje denken aan de oude propaganda uit de Sovjetunie. Daar was er ook nooit iets aan de hand, waren er geen rampen of ongevallen…
Er is in België ook veel te doen over de positie van Berlusconi en zijn greep op de Italiaanse media. Voor een stuk wellicht terecht, maar is dat geen bliksemafleider?
Ik denk het wel. Om te beginnen hebben we ons – bescheiden als we zijn – in de eerste plaats willen beperken tot de situatie in Vlaanderen. Voor we het verdict gaan maken over andere landen. Ik ben er absoluut van overtuigd dat er heel wat te zeggen valt over de wijze waarop Berlusconi zijn media-imperium leidt en runt en strategisch gebruikt en misbruikt voor politieke doeleinden, maar laten we eerst maar eens kijken wat we zelf doen en of we dat zoveel beter doen.
Verbaast het u dat het boek zo weinig aandacht heeft gekregen in de traditionele pers? Of was het niet een beetje voorspelbaar, omdat een aantal auteurs toch vrij stevig inhakken op een aantal praktijken en toestanden, ook in de ‘kwaliteitsmedia’?
In de reguliere media is het niet weinig aan bod gekomen maar helemaal niet. Men deed of het niet bestaat. Boeken zijn overal op de redacties beland. Maar ik had dit wel enigszins ingecalculeerd. Dit is, zoals Carl Devos zegt, niet het ultieme boek. Er zijn ook heel wat dingen niet besproken en niet gezegd, maar het bevat in elk geval wel stof genoeg voor een debat. Maar dan zie je hoe men dat op een krampachtige manier wegmoffelt. Dat vind ik eigenlijk een gemiste kans. Het was voorspelbaar, maar het is ook veelzeggend over het mediaklimaat in Vlaanderen.
Het gaat in het boek vaak over vervlakking, verpulping, commercialisering. Wat is volgens u het grootste gevaar en pijnpunt?
Een medium moet uit gaan van zijn eigen kracht, maar men is onder invloed van het internet, de gebruiker achternagehold. Men is ook de formats achternagehold. Men volgt dus eigenlijk de trend van een nieuw mediagebruik met erg compact nieuws. Men sprokkelt dat bij elkaar, dat is gratis. Intussen zit men met dalende reclame-inkomsten, afslankende redacties, druk op journalisten. Meer fouten, minder controle, onderzoeksjournalistiek is quasi onbestaande. Er zijn nogal wat problemen. Het is niet allemaal kommer en kwel. Maar dit is een boek over mediakritiek. Wat goed is, is goed. Maar wij hebben geprobeerd om die dingen aan te kaarten waar we ons dringend over moeten bezinnen en een debat moeten over voeren.
Economische crisis, besparingen, afvloeiingen. Ook in de media. Redacties gaan nu aankloppen/bedelen bij de overheid voor financiële steun. Is dat niet in strijd met het principe van onafhankelijkheid van de pers?
Ja, ik ben zeer huiverig voor financiële steun, ook als die afkomstig is van de overheid. Om evidente redenen. De ruggengraat van de journalistiek – en op dat vlak heeft de journalistiek in Vlaanderen al heel wat van haar pluimen verloren – is juist onafhankelijkheid. Men spreekt over de pers als ‘vierde macht’, maar je moet je vandaag toch eens ernstig afvragen of de pers nog wel een macht is op zich. In de huidige samenleving, nog veel meer dan decennia geleden, is het heel belangrijk dat je kan beschikken over een sterke, onafhankelijke mediamacht. Die niet gebonden is, noch politiek noch financieel. Die zelfstandig, autonoom en kritisch kan staan ten opzichte van alles en iedereen. Wat dat betreft zitten we vandaag eerder in ‘collaboratiemodellen’ dan in zelfstandige, kritische modellen. Ik vind dat een zeer kwalijke evolutie. Zeker omdat de verwevenheid van pers en politiek al zo groot is, dat hebben we ook in dit boek aangekaart. Het is dus absoluut niet gezond als de overheid financieel zou ingrijpen, want dat brengt onvermijdelijk een stuk afhankelijkheid met zich mee.
In het boek is er ruime aandacht voor de ‘voorkeurbehandeling’ die het Vlaams Blok/ Vlaams Belang kreeg en krijgt in de media. Waarom is dat zo belangrijk of waarom is dat zo’n probleem?
Wel, op het ogenblik dat je jezelf een democratie noemt en je hebt daarin een aantal politieke spelers, op het ogenblik dat je die toelaat tot het spel dan moet je die allemaal op gelijke voet behandelen, dat is nogal evident. Ik gruw al jaren, van dag één, van het cordon sanitaire dat al snel is uitgedijd naar een cordon journalistiek. Ik hoef het niet met het Vlaams Belang eens te zijn, maar ik vind wel dat al die partijen hun plaats hebben in het spectrum en van het ogenblik dat ze een vertegenwoordiging hebben in het parlement, behandel ze dan normaal. Elke waarnemer weet nu toch dat het cordon sanitaire niets meer of minder is geweest dan een electorale strategie die de traditionele partijen zeer goed uitkwam, maar zeg dat dan ook: dit is een electorale strategie om een politieke tegenstrever die forse scores haalt uit te rangeren. Maar, als je een product verbiedt, maak je het ook aantrekkelijk. Wat dat betreft moet het Vlaams Belang ook niet zitten huilen, want dankzij die zeer naïeve strategie werd de partij ook aantrekkelijk. De verboden vrucht. Mede daardoor is het Vlaams Belang ook veel groter geworden dan men zelf ooit had kunnen dromen.
De pers had dat politieke cordon nooit zo kritiekloos mogen adopteren?
De pers moet vooral haar werk doen! De pers moet kritisch berichten, ook over het Vlaams Belang. Net zoals ze dat moet doen over alle andere partijen. Maar, het heeft me altijd mateloos gestoord hoe men krampachtig met het Vlaams Belang bleef omgaan en hoe men zich ging beraden hoe men over die partij moest berichten.
Er is nog altijd de fameuze nota van de VRT. Kris Hoflack, baas van de nieuwsdienst, heeft toegegeven in een interview met Knack dat de VRT het Vlaams Belang niet behandelt als andere partijen en geeft zelfs toe dat men bepaalde thema’s onder de mat heeft geveegd uit politieke correctheid…
Een bekentenis van formaat! Maar beter een laat inzicht dan geen inzicht…
Er zijn ook die fameuze richtlijnen, aanbevelingen, een gedragscode met betrekking tot de berichtgeving over allochtonen. Hoe staat u daar tegenover?
Ik vind dat een kwalijke zaak. Men maakt voor bepaalde groepen uitzonderingen. Ik vind dat heel stigmatiserend. Ik zou het als allochtoon niet leuk vinden te weten dat ik anders wordt benaderd, omdat ik allochtoon ben. Men vindt daar dan allerlei termen voor uit: gelijke kansenbeleid enz. Tja.
Is het niet erg dat journalisten dat soort betutteling zomaar accepteren?
Ja, het is inderdaad een soort van betutteling. Men heeft daar blijkbaar nood aan en ik vind dat kwalijk. Wat wil men daarmee bereiken? Wat is het eindresultaat? Wat is de waarde ervan? Het staat ook haaks op integratie. Journalistiek die te veel overloopt van codes, is eigenlijk een journalistiek die qua professionaliteit zichzelf niet meer vertrouwt en niet gelooft in eigen onafhankelijkheid.
Er zijn de voorbije maanden wel wat incidenten geweest. Graag wat commentaar.
- De zaak Kim De Gelder en de aanslag op de kindercrèche in Dendermonde…
Journalistieke exploitatie. Kwaliteitskranten schreven achteraf dat ze fantastisch werk hebben geleverd. Dit is terug te brengen tot vraaggestuurde journalistiek. Het feit heeft wel een plaats, maar moet je dat over 17 pagina’s uitsmeren op een bijna voyeuristische manier? Ik denk toch dat de pers zich daar in het algemeen van haar minder fraaie kant heeft laten zien.
- De ‘nazi-onthaalmoeder’ in Hoboken?
Ook lekker. Met een geheime camera binnendringen in een woonkamer. Ik kijk daar met plaatsvervangende schaamte naar. Kijk, er is zoveel in de politieke journalistiek dat men toedekt. Men stuurt bijvoorbeeld een onmondige journaliste een half jaar achter Verhofstadt aan met een camera en verkoopt dat dan als ‘realiteit’. Zonder zich weerbaar op te stellen. Ik ga geen oordeel vellen over deze onthaalmoeder. Maar dit voorstellen als een daad van politieke ‘onderzoeksjournalistiek’? Komaan, ik word daar een beetje beschaamd van. Ook als je het afweegt tegen andere terreinen waar men totaal onkritisch mee omgaat. Je moet het ook van die kant zien. De machtigen bedient men op hun wenken, maar een relatief onbeschermde modale Vlaming ergens in een rijhuisje, daar zet men dan de grote kanonnen op. Volstrekt aberant. De verhoudingen zijn totaal zoek.
- Vervalste mails en de vermeende affaire Marie-Rose Morel en Frank Vanhecke
Dit had in wezen niks te maken met Marie-Rose Morel en Frank Vanhecke. Als het iemand van de PvdA was geweest, hadden wij net hetzelfde gedaan. Hier is een nieuwe grens overschreden. Als je weet dat het om mailcorrespondentie gaat waarvan de authenticiteit op zijn minst erg twijfelachtig is én afkomstig uit een echtscheidingsdossier. Kom je nu echt van een andere planeet? Je moet toch weten hoe het er in echtscheidingsdossiers aan toe gaat? Ik vond dat absoluut een verleggen van grenzen. Binnen de kortste keren is daar ook zwaar misbruik van gemaakt. Ik denk dat Knack er nadien wel spijt van gehad heeft dat men zich heeft laten misleiden of gebruiken. We wéten dat de geloofwaardigheid van de pers zware deuken heeft opgelopen, dus had men voorzichtiger moeten zijn. Politici en pers staan ergens onderaan de ladder. Als de bloedspiegel van mijn lichaam er zo zou uitzien, dan zou ik mij toch afvragen of mijn levensstijl wel gezond is.
Het artikel zorgde voor veel reacties en verontwaardiging. Er kwam een petitie. Maar de ondertekenaars lagen al snel onder vuur…
Kijk, het was niet onze intentie om het Vlaams Belang te verdedigen. Het Vlaams Belang is groot genoeg om zichzelf te verdedigen. Vervang die namen door andere namen en vervang Vlaams Belang door een andere partij, dan hadden wij net zo goed geprotesteerd en hetzelfde gedaan. Maar als men dat onderscheid niet meer maakt, dan denk ik soms dat Al Qaeda hier al enige tijd iets in ons water kapt, dat ons denken aantast. Dat slaat nergens op.
Er is nadien veel gezegd en geschreven over de vermeende liefdesmails, maar waar men niét over gesproken heeft, is de dodelijke passage in het interview die Roger van Houtte zijn kop heeft gekost. Men heeft daar collectief over gezwegen. Wij hebben dat aangekaart en geduid in het boek. Daar wordt het stilzwijgen in de media het laffe stilzwijgen. Men heeft Roger Van Houtte in dat artikel heel kunstmatig opgevoerd en dat heeft hem diezelfde dag nog zijn kop gekost bij Gazet van Antwerpen. Wat eigenlijk gelijk staat met een politiek ‘berufsverbot’. Dat zijn toestanden die we alleen maar kunnen lezen in literatuur over het voormalige Oostblok. Snap je dan dat ik zeg: ja Berlusconi, er valt daar ongetwijfeld heel wat over te zeggen, maar laat ons eerst hier maar eens beginnen…
Er wordt vaak beweerd dat de media in ons land door links gedomineerd worden. Klopt dat beeld?
Ik ben het daar niet mee eens. Wás de huidige berichtgeving maar rood gekleurd, denk ik dan. Wás ze maar links; blauw of rechts gekleurd. Ik stel vast dat het ene noch het andere het geval is. Als je de huidige berichtgeving links noemt, dan ken je niet veel van politiek, politieke ideologie en politieke programma’s. We hebben een politieke journalistiek die verzuipt in lifestyle-journalistiek. Ze doet misschien aan partijdigheid - een type van partijdigheid die weinig of niets te maken heeft met politieke partijdigheid. Maar, moeten we de politieke journalistiek zoals die vandaag bedreven wordt, ‘links’ noemen? Dat lijkt me eerder een belediging voor iedereen die zich oprecht links noemt. Als mensen of journalisten tegen mij zeggen: ik stem links, dan vraag ik altijd: op welke partij stem je dan? Als ze mij dan antwoorden: op SP.A. Dan zeg ik: ja maar, sorry, dat is toch niet links. Dat is een ideotie en een stellingenoorlog waar men niet uitkomt. Het zit complexer in elkaar.
Er zijn wel peilingen geweest over de politieke voorkeur van journalisten. Dat zegt toch iets…
Ja, dat zegt iets. Dat was ook het resultaat van de verzuiling. Links stond toen voor een maatschappijkritische opstelling. Nu is dat bijna net andersom. Het is niet omdat je links of rechts denkt, dat dat ook moet doorsijpelen in je berichtgeving. Je moet kritisch zijn, voor jezelf, je naasten, tegenstanders, programma’s.
Wat vind je van het standpunt van de bekende televisiejournalist Paul Witteman die in Nederland openlijk zegt: ik stem PvdA.
Dat is een oefening in duidelijkheid. Dat weet je tenminste waaraan je toe bent. Witteman wordt door dat PvdA-schap niet gehinderd in de professionele aanpak van zijn job. Ik ben wel te vinden voor zijn standpunt. Dan ben je tenminste duidelijk. Ik maak daar geen geheim van.
Wetstraatjournalisten moeten goeie contacten hebben met en in de politieke wereld. Maar die contacten worden soms wel erg intiem. Te intiem?
Ja, dat is een pijnpunt. Ik heb dat in ons boek ‘culinistiek’ genoemd, het samen gaan tafelen. Journalisten en politici maken soms deel uit van dezelfde machtsconcentratie. Journalisten en politici spelen onder een hoedje. Er is een gebrek aan afstandelijkheid. Omdat men heel veel met elkaar optrekt. Het gaat om de collusie en het soort van cultuur dat is ontstaan, tussen een relatief kleine groep van journalisten en een relatief kleine groep van politici die mekaar in bescherming neemt. Dat leidt ook vaak tot verdachtmakingen, soms ten onrechte. Het zijn deze journalisten, en dat neem ik ze kwalijk, die het verpesten voor de anderen. Zij zorgen ervoor dat de hele pers gecontamineerd lijkt, wat – gelukkig – niet het geval is. Er zijn vandaag nog altijd mensen die ook in Vlaanderen op een ernstige wijze journalistiek bedrijven, maar die kleine groep die zich bezondigt aan collaboratie met de politieke macht, dat vind ik een heel kwalijke situatie. Je merkt dat ook aan de politieke journalistiek: die is vaak van een beschamend niveau. Men speelt het spel aan twee kanten. Men maakt afspraken. Men is niet meer in staat om die politiek kritisch te ontleden en te doorprikken op een professionele, afstandelijke manier.
De pers is dan niet meer ‘de waakhond van de democratie’ maar het schoothondje van de macht…
Inderdaad. Ze laten de politiek uit aan de leiband, lopen samen in de regen en nadien schudt men de nat geworden vacht af. En daarna volgen de schouderklopjes: ‘dat hebben we toch goed gedaan’. Dat is natuurlijk dodelijk. Als er een verklaringsgrond is voor het gebrek aan vertrouwen, is het dat wel.
In de traditionele pers wordt nogal paniekerig gereageerd op het succes van internetberichtgeving en weblogs. Jullie zien dat eerder als een baken van vrije en ongecensureerde opinievorming…
Het is een fenomeen dat men niet meer kan indijken. De traditionele media proberen het nu in te werken in hun eigen sites en blogs. Internet is vandaag chaotisch, maar burgerjournalistiek is een gegeven. Voor een aantal mensen is het een alternatief. Het succes is wel een teken aan de wand voor het toenemende wantrouwen tegenover de klassieke media.
Komt het nog goed met de media ?
Da’s een heel goeie vraag, dat is eigenlijk de hamvraag. Wat moet je nemen als referentiepunt? Mediakritiek wordt vaak vereenzelvigd met een hang naar de ‘tijd van toen’, een terugkeer naar de verzuiling. Maar er is niemand in Vlaanderen die zou terugwillen naar de tijd van de verzuiling. Die tijd zal nooit meer terugkomen. Journalistiek is erg aan het transformeren. Het krijgt een totaal andere functie, een andere betekenis, ook voor de gebruiker. Journalistiek moet bijdragen tot onafhankelijk en kritisch denken. Over 20 jaar praten we misschien over de tijd waarin journalisten het nog hun taak vonden om kijkers, lezers en luisteraars correct en kritisch te informeren. Vandaag is die waakhondfunctie van de pers gigantisch aan het afbrokkelen en plooit men zich naar vrijblijvende entertainmentjournalistiek. Een pijnlijke vaststelling.
Komt er een vervolg?
Ik hou absoluut rekening met een vervolg, maar er zijn nog geen concrete plannen. We hebben al wel een lijstje van auteurs. We zouden graag wat meer vrouwen aan het woord laten… Journalistiek is vandaag vaak een exclusief mannenclubje, maar het zal niet aan mij gelegen hebben. Meer nog dan mannen, waren vrouw bang om kritiek te geven op de media. In Groot-Brittannië en de Verenigde Staten is men dat gewoon, maar hier ligt dat zo moeilijk. Dat is veelzeggend. Het spookbeeld van de DDR komt mij dan voor de ogen. Blijkbaar is er in Vlaanderen dan toch wat aan de hand.
Met die DDR-toestanden – we ronden af – zijn we weer aanbeland bij Roger Van Houtte…
Ja, zijn ontslag vind ik het absolute dieptepunt. Het stoot mij enorm tegen de borst dat die liquidatie – want dat is het – unisono toegedekt is in de media. Dát zou het onderwerp moeten zijn van echte onderzoeksjournalistiek. Wie is er betrokken bij dat ontslag en hoe is dat gegaan? Wie of welke politici hebben de redactie of uitgevers onder druk gezet? Maar blijkbaar heeft niemand de euvele moed om zich daaraan te wagen. Een weerloze onthaalmoeder in Hoboken is natuurlijk een veel gemakkelijker doelwit… De oorverdovende stilte in de media over het ontslag van een goede collega is echt iets om schrik van te krijgen. Maar in dit boek hebben wij die stilte alvast willen doorbreken.
Mijnheer Thevissen, bedankt voor het uitvoerig gesprek. We kijken al uit naar jullie volgende boek.
Een ingekorte versie van het interview verschijnt ook in Vlaams Belang-Magazine.
|